Header

Fysiologie (alle drukken)

Bij de oefenvragen staat als antwoord op vraag 122 B. opgegeven. Dat is niet correct: het juiste antwoord is C.

Meteorologie en Navigatie

Correcties en aanvullingen bij de 3e druk
Kort na het verschijnen van de 3e druk kwam een nieuwe luchtvaartkaart uit, die op veel punten afwijkt van de oude kaart zoals die in het boek beschreven wordt (hoofdstuk 18 Kaartlezen).
De belangrijkste verschillen tussen de oude en de nieuwe kaart staan hier onder:

Pagina 250, Reliëf
De nieuwe kaart gebruikt voor de aanduiding van terreinhoogtes geen contourlijnen en hoogtetinten, maar alleen punthoogtes en schaduwing.

Nieuw is dat in blokken van 30'x30' een Maximum Elevation Figure wordt vermeld. Dit is  de maximale elevatie (van het terrein of een obstakel) in het betreffende gebied, die op de volgende manier wordt vastgesteld:
- De maximale obstakelhoogte, waarbij rekening is gehouden met een extra marge van 60 voet boven het hoogste bekende obstakel; of,
- Als er geen obstakel in het gebied voorkomt: de hoogste terreinelevatie plus 358 ft (= een fictief obstakel van 100 m plus 30 ft extra).
De waardes worden naar boven afgerond op 100 ft.

Let op: sommige kaarten (zoals bijv. Jepessen) geven gridhoogtes, die op dezelfde wijze worden weergegeven als het MEF. Die gridhoogtes hebben echter een veiligheidsmarge van 1000 ft boven het hoogste obstakel (de MEF maximaal 60 ft!).

Pagina 253, Luchtvaartobstakels
De hoogte van obstakels wordt net als op de oude kaart, weergegeven ten opzichte van MSL. Eventueel kan daar achter (tussen haakjes) de hoogte ten opzichte van GND worden vermeld. Ten minste, volgens de legenda: op de kaart wordt dit systeem (zo te zien) niet toegepast.

Verder is er nog maar één algemeen symbool voor obstakels; het symbool voor hoge obstakels van meer dan 1000 ft AGL komt niet meer voor. Naast het algemene symbool worden nu verschillende andere symbolen gebruikt, die de aard van het obstakel weergeven.

Pagina 254, Aeronautische informatie
De aanduiding van luchtruimgrenzen is volledig gewijzigd (zie de legenda op de kaart). De vliegveld-symbolen kloppen nog wel ongeveer. De vliegveldinformatie is wel gewijzigd. Vermeld wordt nu:
- de aanwezigheid van een lichtbaken. In NL komt dit niet voor, in Duitsland bijv. wel. Het wordt gebruikt om 's nachts het veld te kunnen vinden.
- de baanlengte: van de langste(!) baan wordt de kortste LDA (landing distance available) gegeven.
- de hoogte (in duizenden voeten) en positie van het circuit wordt vermeld. Vertrouw er overigens niet op, maar gebruik altijd de officiele aerodrome chart.
- de radiofrequentie. Als de frequentie onderlijnd is, is op die frequentie VHF direction finding (VDF) beschikbaar.

Correcties en aanvullingen bij de 2e druk

Meteorologie
Pagina 136, stralingsmist
Op de laatste regel staat dat de laagste temperatuur optreedt rond zonsondergang. Dat moet zijn zonsopkomst.

Pagina 174.
De voorbeelden FRDZ en FRFG zijn niet correct; het voorvoegsel moet FZ zijn i.p.v. FR.

Navigatie
Pagina 253-255, kaartsymbolen
De VFR-kaart is per 11 maart 2010 ingrijpend gewijzigd. De informatie over de gebruikte kaartsymbolen is dan ook niet meer up to date. Dit geldt zowel voor de 2e als voor de 3e druk.

Luchtvaartwetgeving

Aanvulling op de 6e druk (2009).
Eind 2009 is de regelgeving op het gebied van luchthavens gewijzigd. Voor de inhoud van het vak Luchtvaartwetgeving zijn de gevolgen overigens beperkt. Een verschil is wel dat men onder de nieuwe regels voortaan spreekt over luchthavens (i.p.v. luchtvaartterreinen).

Pagina 106, Caution Area.
Caution Area's bestaan niet meer. Deze informatie kan vervallen.

Pagina 129, Notam serie X.
De NOTAM serie X is afgeschaft.

Pagina 134, AIC.
Ook de AIC-V is afgeschaft.

Correctie 7e druk (2010), pagina 138.
Bij vluchten die navigeren aan de hand van herkenningspunten op de grond hoeft geen navigatieapparatuur aan boord te zijn. De eis dat die herkenningspunten niet verder dan 60 NM van elkaar mogen liggen, is vervallen.
Bij de oefenvragen (nr. 101, pag. 224, afkomstig uit het IVW-voorbeeldexamen) moet dan ook antwoord A. worden aangepast.

Wijziging van de 7e druk (2010). Hoofdstuk 18 - Ballonnen.
De kortgeleden ingevoerde Regeling Veilig Gebruik Luchthavens is voor ballonnen alweer aanzienlijk gewijzigd. Hieronder de nieuwe tekst, die in de plaats komt van pagina 197-198, na het kopje "Gebruik en inrichting van luchthavens en terreinen".

Gebruik en inrichting van luchthavens en terreinen
De regels voor de inrichting en het gebruik van luchthavens en TUG-terreinen door ballonnen zijn vastgelegd in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (2009).
De eisen voor inrichting en ligging zijn hetzelfde voor een luchthaven en een TUG-terrein. Wel moet bij een luchthaven (structureel gebruik) een beheerder aanwezig zijn, en moet de exploitant het gebruik van de luchthaven bijhouden in een register, waarin wordt vastgelegd:
- het registratiekenmerk van de ballon, en de naam van de houder c.q. eigenaar;
- de naam van de gezagvoerder;
- de aard van de vlucht;
- het aantal inzittenden.
Deze gegevens moeten ten minste 2 jaar worden bewaard.

Eisen aan ligging en inrichting
  • In de onmiddellijke omgeving zijn voldoende geschikte gronden aanwezig voor het uitvoeren van een nood- of voorzorgslanding;
  • De luchthaven is bereikbaar voor voertuigen van hulpdiensten.
  • De luchthaven is zodanig gelegen dat in de richting van de opstijging eventuele obstakels met een hoogteverschil van ten minste 15 meter overvaren kunnen worden;
  • Een openbare weg of spoorweg in de nabijheid van de luchthaven gelden als een obstakel van 5 respectievelijk 5,5 meter boven die weg of spoorweg.
  • Een opstijging van een vrije ballon die door middel van een kabel tijdelijk is bevestigd aan het aardoppervlak wordt alleen uitgevoerd bij windsnelheden van minder dan 3 m/s. De ballon mag daarbij niet hoger stijgen dan 50 meter boven het aardoppervlak.
Eisen aan het publiek
De startplaats moet tijdens de opbouw van de ballon en tijdens de start zodanig worden vrijgehouden, dat toeschouwers niet in gevaar worden gebracht.
Personen die werkzaamheden hebben te verrichten die aan de opstijging zijn verbonden moeten als zodanig duidelijk herkenbaar zijn.

Voorzorgen bij gasballonnen met brandbaar gas
Bij een opstijging van een ballon gevuld met een brandbaar gas, mag op de startplaats niet gerookt worden en mogen daar geen vuurverwekkende voorwerpen of middelen aanwezig zijn.

(einde tekst)